Restauratie

Gravensteen : Eén van de topics van de wereldtentoonstelling van 1913, ondergaat een grondige restauratie en wordt een middeleeuwse burcht met een hedendaags touch.

Voor één van de drukst bezochte monumenten van Gent, dat eigendom is van de stad Gent,  is de stabiliteit en de veiligheid van het publiek een prioriteit. Om dit permanent te garanderen en het Gravensteen toch bezoekbaar te houden is men in 1985 gestart met een restauratiecampagne. Een complexe restauratie zoals die van het Gravensteen wordt begeleid door een multidisciplinair team van ingenieurs, architecten, archeologen en mensen die in de monumenten- en/of erfgoedsector zitten. Bij elke discipline worden er tijdelijke experten aangesproken al naargelang de behoeften en obstakels. Er zijn 7 grote restauratiefasen vooropgesteld, die op hun beurt werden opgesplitst in deelfasen.

Elke fase wordt voorafgegaan door een archeologisch onderzoek. De meest dringende werken werden eerst uitgevoerd.

Fase 1 (1985-1987) : de donjon was duidelijk aan het afscheuren. Het Oostelijk bijgebouw was gebouwd op een verhoging en vertoonde verzakkingen, gewapende funderingsbalken worden  tot 8 à 9 m diepte aangebracht. Verder werden de muren geïnjecteerd om afbrokkeling en waterinsijpeling tegen te gaan en gerestaureerd. Een toegangstrap naar de benedenverdieping maakte het gebouw terug toegankelijk. Door een glazen kijkput kreeg met terug zicht op de oorspronkelijke toegang van het Gravensteen.

Fase 2 en 3 deelfase1 (1988-1991) : Van meerdere ruimten waren de daken lek en balken aangetast door zwammen. De daken werden aangepakt (uitgezonderd bij de donjon). Alle gevels en kantelen werden gerestaureerd tot 1 meter van het dak. Een nieuwe hedendaagse trap geeft toegang tot de donjon. Nieuw sanitair werd voorzien evenals technische en personeelslokalen.

Tussenfase (1990-1992): Vloeren werden gerestaureerd en de grote publieke ruimten kregen vloerverwarming en luchtverwarming. De elektrische voorzieningen werden volledig vernieuwd en er kwam noodverlichting en branddetectie.

Fase 3 deelfase 2 (1992-1994) : De gevels werden afgewerkt. Een nieuw dak en loopvlak op de donjon werden voorzien. Gewelven en kantelen werden geïnjecteerd. Trappen werden bijgewerkt om de begaanbaarheid te verhogen. De hele burcht kreeg duivenwering.

Tussenfase (1996-1997): De buitentrap en de oostgevel van het Huis van de Graaf werden dringend hersteld, alsook de afdekking van de westgevel van de donjon.

Onderhoudswerken aan de omwalling (1999) waren noodzakelijk om de bezoekbaarheid te blijven garanderen. Door het injecteren van vloeibare cementspecie stabiliseerde men het metselwerk van de buitenmuur en de omwalling palend aan het poortgebouw.

In 2005 - begin 2006 realiseerde men het nieuwe glazen onthaalgebouw met balie om meer comfort aan bezoekers en personeel te bieden. De ondergrondse stallingen kregen een nieuwe bezoekerstrap.

In 2009 werd aan de kant van de Geldmunt de keermuur met smeedijzeren afsluiting afgebroken en vervangen door een zitmuur, waarin aan de binnenzijde de storende kabelkasten van De Lijn of andere nutsmaatschappijen werden verwerkt. Ook de monumentverlichting werd erin geïntegreerd.

Later, na de voltooiing van de restauratie van de omwallingmuur, kant Sint-Veerleplein, wordt ook daar de keermuur op een gelijkaardige wijze aangepakt en kan ook het tweede gedeelte van de keermuur aan de Geldmunt, aan de huidige werfzone, worden afgewerkt.

Fase 4 (vanaf 2000): De restauratiewerken van de omwalling omvatten enerzijds stabiliteitswerken: het metselwerk van de buitenmuur werd geïnjecteerd met vloeibare cementspecie en de funderingen van de walmuur geconsolideerd door onder de muur groutpalen te gieten (geïnjecteerde cement) tot in de draagkrachtige grondlagen.

Anderzijds werden de luiken vernieuwd, het loopvlak van de omwalling hersteld en het metselwerk in (hoofdzakelijk) Doornikse steen gereinigd, gerestaureerd en hervoegd en de houten tussenvloeren van de flankeertorens en de trappen hersteld.

Er werd gestart met het gedeelte rechts van het poortgebouw, palend aan de stallingen, omdat daar de stabiliteitsproblemen het grootst waren. In tegenwijzerzin wordt zo de volledige omwalling aangepakt, het laatste deel wacht op de premies van de Vlaamse regering om afgewerkt te worden.

Ondertussen heeft het Donjon een nieuw houten loopvlak met een nieuwe glazen leuning gekregen en werd het dak van het poortgebouw aangepakt.

Fase 6 wordt fase 5: De restauratiewerken aan het noordelijke bijgebouw zijn voor de wereldtentoonstelling van 1913 niet opgestart, men had wel de niet-middeleeuwse constructies verwijderd en een vooronderzoek gedaan, maar daarbij is het gebleven. Ondertussen zijn we 100 jaar verder en is het de hoogste tijd dat er maatregelen worden getroffen.  Door de penibele toestand van dit vervallen deel van de burcht zullen de grote restauratiefases omdraaien. De restauratiefase 6 was in oorsprong het aanpakken van het Noordelijk bijgebouw, maar de toestand is zo fragiel geworden, dat dit nu fase 5 wordt.

Nieuw archeologisch onderzoek zal aan de basis liggen van deze restauratie.

In beeld: het Gravensteen, vroeger, nu en in de toekomst.